Vaccineren van uw hond of kat, ja of nee?

Het vaccineren (enten) van mens en dier is al eeuwen oud. De eerste vaccinatie is uitgevonden door de Engelse dokter Edward Jenner (1749-1823). Hij zag dat meisjes die koeien melkten soms een beetje ziek werden van koepokken. Daarna kregen zij geen mensenpokken meer. Dat kwam doordat koepokken lijken op gewone (mensen)pokken. Koepokken geven het lichaam afweer tegen de gewone pokken.

Een koepokprik is een vaccinatie tegen pokken. Bij dieren ontdekte onze landgenoot Geert Reinders ook in het eind van de 18e-eeuw dat koeien ‘immuun’ werden door ze te bloot te stellen aan smetstof van koeien die leden aan de dodelijke runderpestziekte. Kortom, vaccineren is al een oud gebruik en beschermt mens en dier al jaren tegen dodelijke ziektes.

Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw vaccineren we honden en katten actief tegen de ‘kernziektes’ die meestal dodelijk
verlopen. Hondenziekte, leverziekte (HCC) en parvovirus bij de hond en kattenziekte bij de kat. Juist doordat massaal hiertegen gevaccineerd wordt, komen deze ernstige ziektes nauwelijks meer voor. Sporadisch duikt een (meestal jonge) hond uit het buitenland op met b.v. hondenziekte. Maar ook Parvovirus-uitbraken komen toch nog wel eens voor: bloederig braken en dito diarree. Verder vaccineren we de hond tegen de ziekte van Weil (leptospirose). Dit is een ziekte die van ratten- en hondenurine over kan gaan op de hond, maar ook naar de mens. Zowel honden als mensen kunnen hier erg ziek van worden (nier- en leverbeschadigingen tot de dood er op volgt). De “Weil’-enting moeten we jaarlijks herhalen, omdat
de entstof een jaar werkzaam is. Dit zelfde geldt voor niesziekte vaccinatie bij de kat.

Een beetje ingewikkelder is de bescherming tegen ‘kennelhoest’, een voorste luchtweg aandoening bij honden, waar meerdere virussen en bacteriën een rol spelen. Het is raadzaam om honden te vaccineren tegen kennelhoest als zij op plaatsen komen waar veel honden bij elkaar komen, zoals pensions, hondenscholen, tentoonstellingen etc. Met name voor kennelhoest en niesziekte-entingen geldt geen 100% bescherming: het vermindert bij infectie aanzienlijk de symptomen.

Essentieel is tenslotte de Rabiës vaccinatie, verplicht voor elke hond en kat die naar het buitenland gaat. Doordat honden in Europa geënt worden hiervoor, komt deze afschuwelijk verlopende dodelijke ziekte bij mens en dier véél minder voor.

Wat zijn de risico’s van vaccineren?
Zoals elke medische ingreep kan ook een vaccinatie bijwerkingen hebben. Op internet doen verhalen de ronde over het gevaar van vaccineren, met name over ongewenste bijwerkingen. Bijwerkingen na vaccinatie komen maar zeer weinig voor en het verband tussen vaccinatie en later ontstane ziekten is wetenschappelijk vaak niet bewezen. Milde bijwerkingen zoals een zwelling op de injectieplaats, een gezwollen hoofd of meerdere (‘netelroos’) bobbels op de huid kunnen sporadisch optreden. Een acuut allergische reactie kan vóórkomen, maar is echt uiterst zeldzaam. Jonge honden van kleine rassen zijn wat vatbaarder voor bijwerkingen. De stoffen die naast het levende , maar niet meer ziekteverwekkende virus of bacterie in het vaccin aanwezig zijn, zijn niet giftig maar juist nuttig voor het stabiel blijven en de langdurige werking van
de entstof in het lichaam.

Kortom: voorkómen is beter dan genezen is júist van toepassing bij het laten vaccineren van uw hond of kat.

Afspraak maken?

Dierenkliniek Emmeloord

Espelerlaan 77
8302 DC Emmeloord
0527 613 500
info@dierenkliniekemmeloord.nl

Plan route »

Spoed?