Het wisselen van de tanden

Snijtanden

De nieuwe permanente tand drukt de melktand steeds verder uit het tandvlees tot deze los komt te zitten en ten slotte ‘uitvalt’. In sommige gevallen gaat dit niet goed en erupteert de permanente tand op een iets afwijkende manier waardoor de melktand niet voldoende los komt te zitten en aanwezig blijft. Het wordt een persisterende melktand. Dit zorgt voor een plaatstelijke ‘overbevolking’ vooraan in de mond en hierdoor komen de tanden scheef/op een verkeerde plaats te zitten. Rond deze tanden zal er makkelijker voer blijven zitten en dit kan leiden tot een plaatselijke ontsteking van het tandvlees. Het is dus belangrijk om dit proces van wisselen toch goed in de gaten te houden en de eventuele persisterende melktanden te verwijderen.

Kiezen

Elke kiezenrij bestaat uit 6 kiezen. De eerste drie worden premolaren genoemd en de laatste drie molaren. De premolaren hebben een voorloper in het melkgebit en zullen wisselen, terwijl de molaren geen voorloper hebben en dus direct als permanente tand zullen erupteren. Concreet : de 4de-5de en 6de kies uit de rij komen respectievelijk op een leeftijd van 1-2 en 3 jaar door.
De 1ste-2de en 3de kies zullen wisselen op een leeftijd van respectievelijk 2.5-3 en 3.5 jaar.
Dit gebeurt een beetje op dezelfde manier als het wisselen van de snijtanden. De restant van de melktand die nog een tijdje op de permanente kies zit wordt een dop genoemd. Het gevaar schuilt hier niet zo zeer in een ‘overbevolking’ maar in het feit dat deze doppen net te lang vastgehouden worden en de permanente kies te traag doorkomt.  Veel jonge paarden zullen dan slechter gaan eten of, als ze al aan het werk zijn, vervelend reageren op het bit. Deze doppen zitten al deels los en kunnen een scherpe punt hebben die in de wang of tong prikt.
Bij de gebitsbehandeling van jonge paarden moet daarom altijd goed gecontroleerd worden of er geen losse ‘doppen’ aanwezig zijn die kunnen verwijderd worden.