Kreupelheidsonderzoek

Een kreupelheidsonderzoek is vaak niet zo eenvoudig als het  lijkt, een nauwkeurig onderzoek kost dan ook meestal tijd. Wanneer er op Dierenkliniek Emmeloord een patiënt met een klacht van kreupelheid wordt aangeboden, wordt er altijd eerst naar het verhaal geluisterd. Het is daarom van groot belang dat alle mogelijke gegevens van zowel paard, eigenaar, verzorger, omgeving en eventueel verwijzend dierenarts aangeleverd worden.

Een kreupelheid kan verschillende oorzaken hebben zoals trauma, overbelasting, spierpijn, peesbeschadigingen, slijtage in gewrichten, band- en bandaanhechtingsproblemen, enz. Tijdens het kreupelheidsonderzoek tracht de dierenarts een idee te krijgen om welk been (of welke benen) het gaat en van de mate van kreupelheid. Hierbij wordt vervolgens geprobeerd om de specifieke lokalisatie van het probleem nauwkeuriger te bepalen.

Om de gangen van het paard goed te kunnen beoordelen is een zogenaamde monsterbaan noodzakelijk. Op deze rechte baan, op een harde, gelijke bodem, wordt het paard in stap en in draf bekeken (‘monsteren‘). Er wordt dan gelet op de regelmaat en symmetrie van de bewegingen die het paard maakt.

Na de beoordeling op de rechte lijn, worden de bewegingen van het paard ook bekeken op de volte in stap en in draf, zowel linksom als rechtsom. Dierenkliniek Emmeloord beschikt zowel over een volte met harde bodem, half zachte, als over een volte met zachte bodem. Een aantal kreupelheden zijn immers beter zichtbaar op de harde bodem, terwijl anderen beter tot uiting komen op de zachte bodem.

De volgende stap in het kreupelheidsonderzoek is het uitvoeren van de verschillende buigproeven om aan de hand hiervan een eerste indruk te krijgen over de mogelijke lokalisatie van het probleem. Hierbij wordt door middel van het buigen van een of meerdere gewrichten een mate van druk en spanning op verschillende structuren in het been gezet. Zowel het buigen zelf als het wegdraven na het buigen worden vervolgens beoordeeld. Als duidelijk is geworden aan welk been (of aan welke benen) het probleem zich bevindt, wordt het onderzoek vervolgd met een uitwendige beoordeling (inspectie) van het been, gecombineerd met het aftasten (palpatie) van het been om eventuele zwelling of andere afwijkingen op te sporen.

Om nog nauwkeuriger de lokalisatie van de kreupelheid te bepalen, kunnen bepaalde delen van het been tijdelijk plaatselijk verdoofd worden door middel van een gewrichts- of geleidingsanesthesie. De pijn (en het gevoel) wordt dan in een bepaalde regio van het been uitgeschakeld. Na een korte inwerkingsperiode van het verdovingsmiddel, worden de bewegingen van het paard opnieuw bekeken op de rechte lijn en eventueel ook op de volte. Er wordt hierbij specifiek gecontroleerd of de kreupelheid al dan niet verminderd of verdwenen is. Dit type onderzoek laat ons toe om een zeer specifiek deel van het been verder te onderzoeken met behulp van de verschillende beeldvormingstechnieken zoals röntgen, echo en MRI.

Röntgenfoto’s kunnen gemaakt worden om botletsels en botveranderingen op te sporen. Om letsels aan de weke delen (spieren, pezen, banden en gewrichtsstructuren) in beeld te brengen is echografie een ideaal hulpmiddel. Sinds 2004 beschikt onze kliniek over een MRI-scanner waarbij er scans kunnen gemaakt worden bij het staande paard. Deze manier van werken heeft als voordeel dat het dier niet de risico’s loopt van een algehele anesthesie. MRI-scans zijn vooral aangewezen in die gevallen, waarbij de andere beeldvormingstechnieken geen of onvoldoende antwoorden geven. Aan de hand van deze zeer gedetailleerde scans, kunnen zowel de weke delen als de botstructuren nauwkeurig beoordeeld worden.

Eens het probleem in kaart is gebracht en een diagnose is gesteld, volgt er een passend behandelplan. Veel voorkomende onderdelen hiervan zijn : een aangepast beslag, lokale behandelingen van pezen en gewrichten en aangepaste beweging. Vaak bestaat het plan uit een combinatie van verschillende behandelingen. Dierenkliniek Emmeloord volgt de ontwikkeling van nieuwe therapieën steeds op de voet en past ze ook vaak toe. Zo behoren behandeling met IRAP (= orthokin) en PRP (Plateled Rich Plasma), shockwave-therapie en Tildren®-infusen tot onze behandelmogelijkheden.

Sommige aandoeningen vereisen ook chirurgisch ingrijpen zoals bijvoorbeeld een ‘release’ van het annulair ligament (doorhalen van de ringband), het arthroscopisch spoelen van een gewricht of een fasciotomie/neurectomie (doorhalen van spierfascie/zenuwtak) in het geval van een aanhechtingsprobleem van de tussenpees. Meer info hierover vindt u onder de rubriek orthopedische chirurgie.

Orthopedische aandoeningen zijn vaak van langere duur en eisen een gepaste nazorg en revalidatie. Deze patiënten moeten dan ook op geregelde tijdstippen op controle komen op Dierenkliniek Emmeloord of bij de verwijzende dierenarts om de gemaakte vooruitgang goed te kunnen opvolgen. Wanneer het niet binnen de mogelijkheden van de eigenaar valt om deze revalidatie zelf te verzorgen kunnen de patiënten opgevangen worden op meerdere adressen voor een passende revalidatie. Op 8 km van onze kliniek bevindt zich ‘Stal Crebas’ waarmee onze kliniek vaak samenwerkt en waar reeds veel van onze patiënten gerevalideerd werden en zullen worden.

Bij verscheidene revalidaties werken we samen met de fysiotherapeute Tunna Morriën of in overleg met uw eigen fysiotherapeut thuis. Ook de samenwerking tussen onze hoefsmeden en uw eigen hoefsmid vinden we zeer belangrijk. Hierbij streven we naar een direct overleg zodat we de therapeutische maatregelen gedurende de revalidatie zo goed mogelijk op elkaar kunnen afstemmen.