Hoofd- & keelchirurgie

 


Cornage/ laryngeale hemiplegie

Cornage is een bekend probleem bij het paard en betreft een paralyse (verlamming), geheel of gedeeltelijk, van de stemband. meestal de linker, waardoor de luchtdoorgang door de keel via het strottenhoofd (larynx) richting luchtpijp en longen vernauwd raakt. Bij zwaardere inspanningen wordt bij deze paarden een typisch snurkend geluid waargenomen. De oorzaak van cornage is vaak onbekend, dit noemt men de idiopathische vorm. Erfelijkheid zou een rol spelen bij deze vorm van de aandoening. Cornage kan ook verkregen zijn, bijvoorbeeld door een ontsteking in de hals ten gevolge van een injectie, die leidt tot aantasting van de zenuw van de stemband. De aandoening komt in meerdere gradaties voor en wordt benoemd met een cijfer van 0 tot 4, van compleet normaal tot volledige verlamming van de stemband. De diagnose wordt gesteld door middel van endoscopie.

De meeste paarden hebben geen last van de aandoening, maar in sommige gevallen kan er prestatievermindering en zelfs benauwdheid optreden. In die laatste gevallen is operatief ingrijpen aangewezen.

De prognose na de operatie is goed, maar niet geheel risicoloos. In een klein aantal gevallen kunnen paarden geringe slikproblemen met chronische hoestklachten laten zien. De operatieve correctie van de stemband biedt een functionele oplossing, maar niet in alle gevallen is het cornagegeluid volledig weg.

Cornage-operaties vallen onder het wettelijke ingrepenbesluit van 1996waarbij de operatie alleen uitgevoerd mag worden als er een medische noodzaak aanwezig is. Of deze medische noodzaak al of niet aanwezig is, zal vooraf op Dierenkliniek Emmeloord bepaald worden aan de hand van de klinische verschijnselen en het endoscopisch onderzoek.

Epiglottisaandoeningen

Er zijn verschillende frequent voorkomende aandoeningen van de epiglottis (huig) bij het paard, waarbij meestal tijdens inspanning sprake is van afwijkende bijgeluiden bij de ademhaling. Bij het zogenaamde ‘entrapment’ van de epiglottis, is er sprake van een slijmvliesplooi die over de epiglottis vast zit. Dit probleem kan operatief verholpen worden door de slijmvliesplooi met behulp van een speciaal haakmesje te klieven. Deze ingreep vindt plaats onder een kortdurende algehele narcose. Een andere aandoening van de epiglottis is het voorkomen van cysten in de huig. Deze holle ruimtes, al dan niet met vocht gevuld, kunnen met behulp van elektrochirurgie operatief verwijderd worden. Deze ingreep wordt eveneens uitgevoerd onder een kortstondige narcose.

Ethmoïdaal hematoom

Ethomoïdale hematomen zijn goedaardige, tumorachtige woekeringen die uitgaan van het zeefbeen, een onderdeel van de schedel. Ze worden vaak terug gevonden als progressieve zwellingen in de neusgangen of in de sinussen (voorhoofdsholtes). De klacht die paarden met deze aandoening vaak tonen is herhaaldelijk neusbloeden uit 1 of beide neusgaten. Een ethmoïdaal hematoom kan dan in beeld gebracht worden door middel van endoscopie van de neusgangen. Wanneer het zich alleen in de sinussen bevindt, kan het vaak met röntgenopnames in beeld gebracht worden, maar om tot een definitieve diagnose te komen is een CT-scan aangeraden in deze gevallen. Afhankelijk van de lokalisatie en grootte, kunnen ze op verschillende manieren behandeld worden. In die gevallen waar het ethmoïdaal hematoom endoscopisch kan gevisualiseerd worden, kan het onder endoscopische begeleiding ingespoten worden met formaline. Deze inspuiting moet vaak nog één of meerdere keren herhaald worden totdat de woekering voldoende gekrompen is. Wanneer het ethmoïdaal hematoom zich in de sinussen bevindt, kan er een sinusscopie uitgevoerd worden, waarbij door een klein boorgaatje een kijkbuisje in de sinus wordt aangebracht en de woekering op deze manier kan ingespoten worden met formaline. Deze ingreep kan gebeuren bij het staande, gesedeerde paard. In die gevallen waar het ethmoïdaal hematoom zeer uitgebreid is, wordt meestal gekozen voor een chirurgische verwijdering door middel van een beenflap onder volledige narcose. Bij deze ingreep wordt een ‘luikje’ gemaakt in de schedel, dat na het verwijderen van de massa weer gesloten wordt.

Luchtzakaandoeningen

Het paard heeft ter hoogte van de keel beiderzijds een luchtzak, die eigenlijk een uitstulping is van de buis van Eustachius, die de verbinding is tussen middenoor en keel. Die luchtzakken kunnen voor een heel aantal problemen zorgen. Soms worden uitgebreide ontstekingsprocessen met ophoping van pus en soms zelfs stevige concrementen (soort lichte kiezels) waargenomen door met de endoscoop in de luchtzakken te kijken. Deze concrementen moeten dan chirurgisch verwijderd worden en de luchtzakken worden dan gespoeld. Ook schimmelinfecties komen typisch in de luchtzakken voor. Deze paarden worden vaak aangeboden met de klacht van neusbloeden, doordat de schimmel belangrijke bloedvaten, die langs de luchtzakken lopen, aantast. In sommige gevallen kan dit leiden tot fatale bloedingen. De behandeling bestaat eruit om de bloedvaten die langs de luchtzakken lopen af te sluiten met balloncatheters of ‘coils’ (metalen plugs), waardoor de schimmel afsterft. Een typische aandoening van de luchtzakken bij veulens is luchtzaktympanie. Hierbij werkt het de afsluitklep van de opening van luchtzakken ter hoogte van de keel niet goed en stapelt zich vervolgens lucht op in de luchtzakken. Deze veulens krijgen een forse indrukbare zwelling achter de kaaktakken. Deze aandoening kan éénzijdig of beiderzijds voorkomen. Wanneer de aandoening éénzijdig voorkomt, kan er een opening gemaakt worden tussen linker en rechter luchtzak. Als de aandoening echter beiderzijds is, moet de opening naar de keel open gemaakt worden.