Het melkgebit

De eerste melktanden van pups en kittens verschijnen op een leeftijd van 2 tot 4 weken. Rond de leeftijd van 2 maanden is het melkgebit volledig. Het melkgebit van de pup telt 28 tanden en kiezen, bij het kitten 26 elementen.De eerste bekinspectie moet dus al bij de eerste enting plaatsvinden. Het is zeer belangrijk dat er ook naar het melkgebit gekeken wordt. Men moet vooral letten op de positie van de 4 melkhoektandjes.  Het onderste hoektandje moet aan de wangzijde tussen de laatste snijtand en hoektand van de bovenkaak vallen. Indien dit niet het geval is kan dit een beschadiging geven van de zachte weefsels, zoals het gehemelte. In sommige gevallen van een te kort of een te smal onderkaak kan de stand van de onderhoektanden zodanig afwijkend zijn dat ze groei van de onderkaak op slot zetten. Ook zal het de stand van het blijvende element beïnvloeden. Indien deze tand tijdig geëxtraheerd wordt kan dat in sommige gevallen een malocclusie (afwijkende stand) van het blijvende gebit voorkomen.

Tijdig inventariseren en extraheren voorkomt schade en eventuele standafwijkingen van de blijvende elementen.

 

De tandwisseling

Bij een tweede bekinspectie op een leeftijd van 4 tot 6 maanden zal de tandwisseling gevolgd worden. Tussen de 3 en 6 maanden zal het kitten of de pup zijn melktandjes inwisselen voor blijvende tanden en kiezen. Dit begint op een leeftijd van 3 tot 4 maanden en eindigt rond 4 tot 6 maanden met de wisseling van de kiezen.

Bij een normale wisseling zal het blijvende element het melkelement verdringen waardoor de wortel van het melkelement zal oplossen en zal het melkelement tijdig uitvallen.

Een afwijkende tandwisseling kan zich in de volgende problemen manifesteren:

o Persisterende melkelementen
o Te laat of niet doorkomen van blijvende elementen
o Elementen die op een verkeerde plaats doorkomen

Persisterende melkelementen:
Men spreekt over persisterende elementen als deze te lang aanwezig blijven en als deze naast het blijvende element blijven staan. Hierdoor ontstaat vaak een standafwijking van het blijvende element. Ook blijft vaak voedsel tussen de 2 elementen achter, met een snelle plak en tandsteenvorming tot gevolg. Hierdoor loopt het blijvende element gevaar.
Persisterende melkelementen moeten altijd aandacht krijgen en zullen tijdig geëxtraheerd moeten worden om problemen aan het blijvende gebit te voorkomen.

 

dierenkliniek_emmeloord_tandheelkunde_persisterende-melktand

Alles wat dubbel staat is te veel!

 

Te laat of niet doorkomen van blijvende elementen

Sommige elementen kunnen te laat of zelfs helemaal niet doorkomen. Sommige rassen zijn hier gevoeliger voor dan andere (vb.Schapendoes).
Een röntgenfoto zal helderheid moeten geven of het element al dan niet aanwezig is.
Indien het wel aanwezig is, zal het blootleggen van de kroon door middel van een sneetje in het slijmvlies het doorbreken vergemakkelijken. Indien dit toch niet gebeurt zal deze patiënt vervolgd moeten worden. Niet doorgebroken elementen kunnen aanleiding geven tot botcystes die kwaadaardig kunnen ontaarden. Chirurgisch verwijderen van deze elementen wordt geadviseerd.

Verkeerde positie van blijvende elementen

Elementen die op de verkeerde plaats doorbreken zullen aanleiding geven tot malocclusies (standafwijkingen). Als dit tijdig opgemerkt wordt, kan op adequate wijze tijdig ingegrepen worden zodat de pup of het kitten toch een functioneel gebit krijgt.
Een grondige bekinspectie is hiervoor noodzakelijk. Soms zal hiervoor een lichte sedatie gegeven worden. Een gepaste  oplossing is afhankelijk van de oorzaak, maar ook van het gebruiksdoel van de hond.

Voor een zo hoog mogelijke slagingskans is het uiterst belangrijk om tijdig te inventariseren en te behandelen. Het slagingspercentage daalt naarmate het dier ouder wordt!
In alle gevallen geldt: Voorkomen is beter dan genezen!

Daarom adviseren wij u om het gebit rond de wisselperiode te laten inventariseren. Naast de inspectie zal er dieper ingegaan worden op de preventie en behoud van een gezond gebit.