Arthrose

Osteoartrose is een progressieve aandoening van een gewricht waarbij veranderingen ontstaan in het kraakbeen en subchondrale bot, die leiden tot pijn en bijgevolg kreupelheid. Bij het paard zijn er een aantal gewrichten waarin artrose het meest voorkomt, zoals het spronggewricht (spat), het hoefgewricht (lage overhoef), het kroongewricht (hoge overhoef) en het kootgewricht (kogel). Artrose ontstaat meestal zeer geleidelijk en in het beginstadium van de aandoening zal het paard vaak geen kreupelheid vertonen. In veel gevallen is het paard plotseling kreupel na een verstapping of is er sprake van een startkreupelheid tijdens het rijden, welke verdwijnt na een warming-up. Paarden kunnen ook ‘stijf‘ gaan lopen, vooral als er meerdere gewrichten en/of benen meedoen.

De diagnose is te stellen door middel van een kreupelheidsonderzoek (verdovingen) en het maken van röntgenfoto’s of een MRI-scan (in het beginstadium).

Artrose op zich is niet te genezen, maar er zijn wel middelen om het paard te ondersteunen en te managen. Hierbij is het remmen van het ontstekingsproces in het gewricht het belangrijkst. Dit is mogelijk met behulp van gewrichtsinjecties (corticosteroïden, hyaluronzuur, IRAP,…), pijnstillers/ontstekingsremmers, een aangepast bewegingsschema, aangepast hoefbeslag en het voederen van supplementen. Als deze ingrepen onvoldoende effectief zijn kan in sommige gevallen een operatie overwogen worden waarbij het gewricht wordt vast gezet, waarna het paard nog ingezet kan worden voor de fokkerij.