Tandheelkunde


Er is een toenemende belangstelling voortandheelkundige zorg bij gezelschapsdieren. In onze praktijk zien wij vaak honden en katten met gebitsproblemen. Deze problemen worden vaak onderschat,maar kunnen de oorzaak zijn van duidelijke gezondheidsklachten bij uw huisdieren. Dit kan leiden tot verlies van gebitselementen, maar ook tot meer algemene klachten zoals infecties aan maag, keel, en zelfs hartkleppen. De laatste jaren hebben in de veterinaire tandheelkunde veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Dit heeft ertoe geleid dat de tandheelkunde ook binnen Dierenkliniek Emmeloord een belangrijke plaats inneemt. Naast zorg wordt er daarbij ook veel aandacht besteed aan preventie.

In de kliniek zijn twee dagen beschikbaar voor tandheelkundige zorg, die wordt uitgevoerd door een vast tandheelkundig team, bestaande uit: Dierenarts Valerie ter Braake, lid van de werkgroep Veterinaire Tandheelkunde, houdt zich al geruime tijd bezig met tandheelkunde van hond en kat. Onder leiding van Drs. A. van Foreest heeft zij de tandheelkunde binnen de kliniek tot een volwaardige tak van de diergeneeskunde gebracht. Zij volgt de laatste onwikkelingen op de voet, door het volgen van diverse cursussen en congressen. Zij wordt bijgestaan door vaste assistente Claudia Polman, paraveterinair, die eveneens een speciale opleiding heeft gevolgd op het gebied van van de tandheelkundige zorg bij hond en kat. Naast het assisteren bij tandheelkundige ingrepen zet zij zich ook in voor de preventie en voorlichting richting eigenaren. De andere collega's van onze kliniek verwijzen de tandheelkundige patienten naar dit team.

U kunt bij ons terecht voor de meest voorkomende gebitsproblemen:


gebitssanering
(moeilijke) extracties
recidiverende stomatitis en gingivitiscomplex bij de kat (chronische tandvleesproblemen bij de kat)
trauma met tandfracturen (bv ongevallen waarbij gebitselementen zijn betrokken, zoals verlies of afbreken van een tand of kies)
behandeling van cariës
uitgebreid radiologisch onderzoek
restauratieve tandheelkunde
orthodontie


Het tandheelkundig consult
Alvorens tot een behandeling over te gaan, is het van groot belang om een grondige gebitsinspectie uit te voeren.Hierbij worden, naast het paradontium, tandvlees en anderen structuren in de bek, elke tand en elke kies afzonderlijk beoordeeld.
Belangrijke zaken waarop de arts let zijn onder andere:
 

tandvleesontsteking (gingivitis)
eventuele loszittende elementen
pocketdiepte
al of niet zichtbaar zijn van wortels
ontbrekende elementen
specifiek voor de kat: forl (dit zijn oplossingen van glazuur, ter hoogte van de tandhals)
Een dergelijke gebitsinspectie, eventueel aangevuld met radiologisch onderzoek, zal in de meeste gevallen onder sedatie (een roesje) goed kunnen gebeuren. Dit betekent dat u uw dier nuchter moet aanbieden. Samen met u komen we, naar aanleiding van de inspectie, zonodig tot een goed behandelplan.

De tandheelkundige behandeling
Alle tandheelkundige behandelingen vinden onder narcose plaats. Iedere narcose zal worden voorafgegaan door een zogenaamd pre-anaesthetisch onderzoek, waarbij de arts de algehele conditie van uw dier bekijkt. Hart en longen worden geëvalueerd, en indien noodzakelijk wordt het onderzoek aangevuld met een bloedonderzoek. Ook kan de arts in geval van twijfel over de hartfunctie besluiten tot een uitgebreider onderzoek van het hart d.m.v. een hartecho.


Tijdens de narcose wordt uw dier door middel van diverse bewakingsapparatuur in de gaten gehouden. Voor, tijdens, en na de behandeling zal uw dier met gepaste pijnstilling zo comfortabel mogelijk gehouden worden.Tenslotte zal er met u overlegd worden over het behandel- en/of preventieplan voor bij u thuis. Deze plannen zijn bedoeld om problemen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden.


Afgebroken hoektand
Diverse gradaties, diverse behandelingen.
Een fractuur van een hoektand komt regelmatig voor bij zowel hond als kat en is veelal het gevolg van trauma. Zo’n ongelukje kan zowel bij het melkgebit als bij het permanente gebit ontstaan en kan grote gevolgen hebben. Soms is een spoedbehandeling nodig, maar bijvoorbeeld bij oudere honden kan in een aantal gevallen rustig afgewacht worden.   

hoektandfracturenfiguur2.jpg

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
a.     Kroonfractuur
          -  onvolledig (alleen glazuur betrokken)
          -  ongecompliceerd (glazuur en dentine)
          -  gecompliceerd (wortelkanaal open)Het pulpaweefsel (zenuwen en bloedvaten) staat bloot aan bacteriën. Er kan een wortelpuntabces ontstaan. Geeft aanleiding tot pijn.

b.     Kroonwortelfractuur

c.     Wortelfractuur. 

  
De in te stellen behandeling zal sterk afhangen van de soort fractuur.

Hieronder zullen we alleen de kroonfractuur behandelen.

-  Bij de ongecompliceerde fractuur waarbij het wortelkanaal niet geopend is zal het volstaan om het defect te sealen. Hierbij wordt er een beschermlaagje aangebracht.

- Bij de gecompliceerde fractuur met open wortelkanaal zal de behandeling afhangen van de  leeftijd van het dier en ouderdom van de fractuur.

Spoedgeval
Aangezien het wortelkanaal steeds smaller wordt naarmate het dier ouder wordt zal de kans op een wortelpuntabces kleiner worden naarmate het dier ouder wordt. Als stelregel kan men aanhouden dat als het gaat om een blijvend element en de hond of kat is jonger dan 2 jaar een gecompliceerde fractuur moet worden gezien  als een spoedgeval. Er kan dan getracht worden om het element levend te houden door de zenuw te laten zitten en het wortelkanaal af te sluiten. Hierdoor zal de tand sterker worden. Dit heeft de meeste kans als de fractuur jonger is dan 72 uur.

Wortelkanaalbehandeling
Indien de fractuur ouder is zal de kans bestaan dat de zenuw afgestorven is. Bij een oude fractuur of als de hond ouder is dan 2 jaar zal een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd moeten worden.
Bij een hond van boven de 6 jaar zal het wortelkanaal zo smal geworden zijn dat men eventueel kan beslissen om geen behandeling meer in te stellen
.   


wortelkanaalbehandeling.jpg

MELKHOEKTAND
Speciale aandacht betreft de melkhoektand. Een fractuur van de melkhoektand kan ook gevolgen hebben voor het blijvende element in aanleg waarbij glazuurdefecten kunnen ontstaan bij het blijvende element. Een gefactureerde melkhoektand vraagt dus altijd om aandacht en kan het beste geëxtraheerd worden.

Samenvatting:
-  Melkelement extraheren
-  5-12 maanden : altijd overkapping van het wortelkanaal
 

Het belang van de eerste bekinspectie bij de pup of het kitten

Nieuwsbrief Maart 2010 

Door Drs. Valerie ter Braake,
Tandheelkunde Gezelschapsdieren Dierenkliniek Emmeloord

Het melkgebit

De eerste melktanden van pups en kittens verschijnen op een leeftijd van 2 tot 4 weken. Rond de leeftijd van 2 maanden is het melkgebit volledig. Het melkgebit van de pup telt 28 tanden en kiezen, bij het kitten 26 elementen.
De eerste bekinspectie moet dus al bij de eerste enting plaatsvinden. Het is zeer belangrijk dat er ook naar het melkgebit gekeken wordt. Men moet vooral letten op de positie van de 4 melkhoektandjes.
Het onderste hoektandje moet aan de wangzijde tussen de laatste snijtand en hoektand van de bovenkaak vallen. Indien dit niet het geval is kan dit een beschadiging geven van de zachte weefsels, zoals het gehemelte. Ook zal het de stand van het blijvende element beïnvloeden. Indien deze tand tijdig geëxtraheerd wordt kan dat in sommige gevallen een malocclusie (afwijkende stand) van het blijvende gebit voorkomen.
Dit wordt vaak aangetroffen bij een boven voorbeet. Hierbij kan het onderste hoektandje  achter het bovenhoektandje vallen waardoor de groei van de onderkaak nog meer belemmerd wordt.

   Laesie in het gehemelte door verkeerde positie
     melkhoektand en persisterende boven
     melkhoektand.

Tijdig inventariseren en extraheren voorkomt schade en eventuele standafwijkingen van de blijvende elementen.

De tandwisseling
 
Bij een tweede bekinspectie op een leeftijd van 4 tot 6 maanden zal de tandwisseling gevolgd worden.
Tussen de 3 en 6 maanden zal het kitten of de pup zijn melktandjes inwisselen voor blijvende tanden en kiezen. Dit begint op een leeftijd van 3 tot 4 maanden en eindigt rond 4 tot 6 maanden met de wisseling van de kiezen.
Bij een normale wisseling zal het blijvende element het melkelement verdringen waardoor de wortel van het melkelement zal oplossen.

Een afwijkende tandwisseling kan zich in de volgende problemen manifesteren:

o Persisterende melkelementen
o Te laat of niet doorkomen van blijvende elementen
o Elementen die op een verkeerde plaats doorkomen

Persisterende melkelementen:

Men spreekt over persisterende elementen als deze te lang aanwezig blijven en als deze naast het blijvende element blijven staan. Hierdoor ontstaat vaak een standafwijking van het blijvende element. Ook blijft vaak voedsel tussen de 2 elementen achter, met een snelle plak en tandsteenvorming tot gevolg. Hierdoor loopt het blijvende element gevaar.
Persisterende melkelementen moeten altijd aandacht krijgen en zullen tijdig geëxtraheerd moeten worden om problemen aan het blijvende gebit te voorkomen.


   Achtergebleven voedingsresten of haar
 veroorzaken schade aan het parodontium van
 het blijvende element.
   De persisterende melkhoektand veroorzaakt
 afwijkende stand blijvend element.
 


Te laat of niet doorkomen van blijvende elementen

Sommige elementen kunnen te laat of zelfs helemaal niet doorkomen. Sommige rassen zijn hier gevoeliger voor dan andere (vb.Schapendoes).
Een röntgenfoto zal helderheid moeten geven of het element al dan niet aanwezig is.
Indien het wel aanwezig is, zal het blootleggen van de kroon door middel van een sneetje in het slijmvlies het doorbreken vergemakkelijken. Indien dit toch niet gebeurt zal deze patiënt vervolgd moeten worden. Niet doorgebroken elementen kunnen aanleiding geven tot botcystes die kwaadaardig kunnen ontaarden. Chirurgisch verwijderen van deze elementen wordt geadviseerd.

Verkeerde positie van blijvende elementen

Elementen die op de verkeerde plaats doorbreken zullen aanleiding geven tot malocclusies (standafwijkingen). Als dit tijdig opgemerkt wordt, kan op adequate wijze tijdig ingegrepen worden zodat de pup of het kitten toch een functioneel gebit krijgt.
Een grondige bekinspectie is hiervoor noodzakelijk. Soms zal hiervoor een lichte sedatie gegeven worden. Een gepaste  oplossing is afhankelijk van de oorzaak, maar ook van het gebruiksdoel van de hond. 

Voor een zo hoog mogelijke slagingskans is het uiterst belangrijk om tijdig te inventariseren en te behandelen. Het slagingspercentage daalt naarmate het dier ouder wordt!!
In alle gevallen geldt: Voorkomen is beter dan genezen!!!!!!!!!!!!!!!!


Daarom adviseren wij u om het gebit rond de wisselperiode te laten inventariseren. Naast de inspectie zal er dieper ingegaan worden op de preventie en behoud van een gezond gebit.
U kunt een afspraak maken bij Claudia Polman via de balie op het
nummer 0527 613500 (afdeling gezelschapsdieren).