Neurochirurgie
Hond
De neurologische patiënt komt meestal binnen als een dier met een gedeeltelijke verlamming aan een of meerdere poten. Vaak is bijvoorbeeld bij een rughernia een verlamming, geheel of gedeeltelijk van de achterpoten de duidelijke klacht. Soms kan er ook alleen sprake zijn van pijn, in dat geval is het moeilijk onderscheid te maken tussen orthopedische en neurologische patiënten.
In het geval van een acute rughernia, met duidelijke verlammingsverschijnselen geldt hetzelfde als bij de spoedpatiënt in de orthopedie: de eigen dierenarts moet telefonisch de specialist zo goed mogelijk informeren over de symptomen en toestand van de hond. Vaak is in dit eerste overleg al een goed plan te maken over met name wel of niet doorsturen. Naast de hernia in de rug zien we nogal eens een hernia in het halsgebied. Deze dieren hebben zelden last van verlammingsverschijnselen, maar des te meer van ernstige halspijn. Toch is hier soms met medicijnen net zo goed resultaat te bereiken als met opereren, dus ook hier is contact tussen eigen dierenarts en specialist gewenst, voordat tot doorsturen wordt besloten.
Kat
Bij katten zien we vaak andere neurologische verschijnselen dan bij honden. Geheel of gedeeltelijke verlammingen komen, vooral na een ongeval, veel voor. Een kat met een slepende achterhand kan inderdaad neurologische klachten hebben (een dwarslaesie bijvoorbeeld), maar ook bij een bekkenfractuur lijkt de kat verlamd. Een kat met veel pijn trekt zich terug en lijkt helemaal niets meer te kunnen.
In de eerste plaats is (uitgebreid) diagnostisch onderzoek van belang. Bij de behandeling is een medicamenteuze therapie, naast een intensieve verzorging, van groot belang. Neurochirurgie speelt bij de kat een minder grote rol dan bij de hond.