Cornage
Cornage is een bekend probleem bij het paard. Het betreft een paralyse (verlamming) van de stemband, meestal de linker, waardoor de luchtdoorgang door de keel via het strottenhoofd (larynx) richting luchtpijp en longen vernauwd raakt.
De aandoening werd in 1860 al beschreven door Edward Mayhew in “De Paardendokter”. Toen dacht men dat het kwam door een gedwongen hoofd-halshouding bij koetspaarden. Tegenwoordig weten we dat in verreweg de meeste gevallen bij cornage erfelijkheid een rol speelt. Het betreft hier de zogenaamde idiopatische vorm. Het gaat daarbij meestal om de linker stemband. In sommige gevallen gaat het om een verkregen probleem, bijvoorbeeld door een ontsteking in de hals ten gevolge van een injectie. Dit kan leiden tot aantasting van de zenuw met cornage als gevolg. Cornage komt in meerdere gradaties voor (0t/m IV). De ernst van de cornage kan worden vastgesteld door middel van een endoscopie.
.jpg)
Symptonen
Door de volledige of gedeeltelijke verlamming kan aan de aangetaste (meestal linker-) zijde de stemband niet goed naar buiten getrokken worden bij de inademing. Dit veroorzaakt het typische fluitende geluid bij meer of mindere inspanning. Dit is mede afhankelijk van de hoofd- halshouding. Bij veel paarden gaat het alleen om een bijgeluid en hebben zij geen last van de cornage. In extremere gevallen (graad III en IV) kan verminderde prestatie en zelfs benauwdheid voorkomen, door de vernauwing van de luchtweg. In die gevallen is operatief ingrijpen aangewezen. In onze kliniek opereren wij met regelmaat paarden aan cornage.
Behandeling
De cornageoperatie bestaat uit twee ingrepen. De zogenaamde laryngoplastiek, gecombineerd met ventriculectomie.
.jpg)
De ventriculectomie is de tweede stap van de operatie waarbij het paard van zij- naar rugligging geplaatst wordt. Aan de onderzijde van de keel wordt een incisie gemaakt wordt om vervolgens een slijmvliesplooi achter de betrokken stemband te verwijderen, zodat deze verkleeft met het onderliggende weefsel gedurende de genezing. Deze tweede operatiewond wordt niet gehecht.
Het paard wordt geholpen bij het ontwaken uit de narcose, zodat er ingegrepen kan worden als het problemen of benauwdheid laat zien.
.jpg)
Wondgenezing is in de regel zeer voorspoedig. De meeste paarden kunnen vrijwel direct na de operatie weer gewoon eten. In een enkel geval hoesten de paarden enigszins en beginnen we met het geven van slobber.
De paarden krijgen een maand boxrust zodat de stemband in de nieuwe positie kan vergroeien. Na die maand vindt controle plaats en bespreken we de verdere revalidatie.
Prognose
De prognose van de operatie is goed, maar niet geheel risicoloos, aangezien we de stemband vastzetten. Hierin zit dan ook een van de belangrijke risico’s bij operatieve ingreep. In een klein aantal gevallen kunnen paarden geringe slikproblemen met chronische hoestklachten laten zien. Dit kan van tijdelijke of blijvende aard zijn. Er zijn een aantal maatregelen die getroffen kunnen worden. Deze zijn, meestal maar niet altijd, effectief. De operatieve ingreep biedt een functionele oplossing maar niet in alle gevallen is het cornagegeluid volledig weg. Bij het hinniken is een geopereerd cornagepaard vaak te herkennen.
Ingrepenbesluit
Cornageoperaties vallen onder het wettelijke ingrepenbesluit van 1996 waarbij de operatie alleen uitgevoerd mag worden als er een medische noodzaak aanwezig is. Dit zal dus vooraf op onze kliniek bepaald dienen te worden aan de hand van de klinische verschijnselen en het endoscopisch onderzoek.