Luchtwegproblemen
Nieuwsbrief januari 2010
Najaar- en Winterproblemen: Luchtwegproblemen bij paarden
Door drs. Erica Reijerkerk,
Inwendige ziekten bij het paard,
Dierenkliniek Emmeloord.
Dat bepaalde aandoeningen meer in bepaalde seizoenen voorkomen, zien we dagelijks terug in de kliniek. Iedere seizoenswisseling brengt ongetwijfeld zijn charmes mee, maar ook helaas z’n ongemakken. Ongemerkt moet toch in ieder seizoen het paard zich weer aanpassen aan rantsoen- en omgevingsveranderingen welke kunnen leiden tot veel voorkomende ongemakken als diarree, koliek. Een veel voorkomende oorzaak voor koliekverschijnselen en diarree in deze periode is het opnemen van zand en/of parasitaire infecties. Hier kunt u elders op de website meer informatie over terugvinden. Buiten de diarree- en koliekpatienten zien we ook veel paarden met luchtwegklachten, veelal te wijten aan het langdurig op stal komen te staan van de paarden en de “gevoeligheid” van het paard hiervoor. Vaak laten de paarden problemen zien als hoesten en neusuitvloeiing, maar soms merk je alleen bij het rijden dat het paard minder voorwaarts is en langer blijft “pompen” na het werk oftewel het uit conditie zijn. Het is belangrijk hier scherp op te zijn, want een verwaarloosde verkoudheid kan tot ernstige en niet omkeerbare veranderingen leiden in de longen.
Oorzaken
Oorzaken voor een “verkoudheid” zijn allereerst een virale oorzaak, gepaard gaande met koorts (kan aanleiding zijn dat uw paard niet wil eten) en sloom zijn. Een virus zelf is niet te bestrijden, maar de symptomen wel. Vaak zal de dierenarts na het paard onderzocht te hebben een koortsremmer toedienen en zal uw paard een aantal dagen uit moeten zieken. Virale koorts ligt vaak boven 39°C en kan wel tot boven de 40°C uitstijgen. Bij lichte beschadiging van de luchtwegen kunnen bacteriën secundair een rol gaan spelen en voor langduriger klachten zorgen. Vaak zal het aspect van de neusuitvloeiing veranderen en het hoesten toenemen. Ook blijft de temperatuur van het paard wat langer licht verhoogd (normaal: 37.4 – 38.0 °C).
Tijdig onderkennen van de problemen en behandelen zal vaak tot een voorspoedig herstel leiden.
Veulens
Een oorzaak bij jonge paarden (veulens rond de 6 maanden) kunnen spoelwormen zijn, die een trektocht door de longen kunnen maken. Bij deze leeftijdsgroep is mestonderzoek en een gericht ontwormregime sterk aan te raden. Wanneer het veulen slecht op antibiotica reageert, is nader onderzoek geïndiceerd. De rhodococcus bacterie kan dan de oorzaak zijn en vraagt om een gerichte antibioticabehandeling.
Chronische bronchitis
Wanneer de klachten langdurig aanhouden zonder specifieke systemische klachten als koorts ed. komt het verhaal van de chronische bronchitis, een ontsteking van de luchtwegen, om de hoek kijken. Dit is een veel voorkomend probleem bij paarden. Verschillende oorzaken kunnen een rol spelen in de ontwikkeling van dit ziektebeeld. Algemeen begint de aandoening met een virale infectie van de luchtwegen, waarbij secundair bacteriën een rol kunnen gaan spelen. Gedurende deze periode van verhoogde afweer van de luchtwegen/longen kan een paard een overgevoeligheid voor andere prikkels vanuit de omgeving, bv. stof- en schimmelsporen ontwikkelen. Als het probleem langer bestaat dan zullen de klachten (hoesten, neusuitvloeiing, kortademigheid) in stand gehouden worden door de overgevoeligheid en spelen virussen en bacteriën geen rol meer. Wanneer deze overgevoeligheidsontsteking langdurig blijft bestaan zullen de luchtwegen verkrampen en de longen hun elasticiteit verliezen, met als gevolg dampigheid.
Om bovenstaande complicaties te voorkomen zijn er twee maatregelen van belang:
1. Medicatie via de dierenarts om de ontsteking, als gevolg van de overgevoeligheidsreactie, te stoppen.
2. Opnieuw prikkeling van de overgevoeligheid vanuit de omgeving te voorkomen via management veranderingen. Dit omdat de overgevoeligheidsreactie van het paard op prikkeling uit de omgeving niet weg te halen. Het paard is dus de rest van zijn leven “gevoelig” op de luchtwegen. Deze maatregelen kunnen de hoeveelheid medicijngebruik in de toekomst aanzienlijk beperken.
Via uitgebreid onderzoek van de luchtwegen kan de juiste diagnose gesteld worden en een gerichte therapie ingezet worden. Allereerst zal uw dierenarts een uitgebreid klinisch onderzoek uitvoeren, waarbij de luchtwegen beluisterd worden. Aansluitend kan er via endoscopie (camera) in de luchtwegen gekeken worden waar het probleem zich precies afspeelt (keel/luchtpijp/kleinere luchtwegen). Bij verdenking op een longontsteking zal een röntgenfoto van de borstholte hier meer duidelijkheid in kunnen geven. Wanneer er sprake van een overgevoeligheid is, kan de dierenarts op de kliniek een spoeling doen van de luchtwegen. Van dit spoelsel worden de ontstekingscellen bekeken onder de microscoop en geteld. Met de uitslag hiervan kan een zeer gerichte therapie ingesteld worden. Bij problemen met het uithoudingsvermogen kan met behulp van een longfunctietest (drukmeting) de weerstand gemeten worden en reactie op medicatie beoordeeld. Al deze onderzoeken beogen een zo gericht mogelijke therapie in te stellen om chronische schade aan luchtwegen en longen te voorkomen.
Qua therapie zijn er verschillende insteken. Er zijn middelen die de ontsteking remmen, gericht de oorzaak aanpakken (bv. antibiotica), verkramping van de luchtwegen opheffen etc. Medicijnen zijn zowel systemisch (oraal, intraveneus) toe te dienen als lokaal (“puffen” oftewel per inhalatie). Toch blijft naast behandeling met medicatie het management (voorkomen van opnieuw "prikkelen" van de luchtwegen) van belang.
Aangezien stof- en schimmelsporen een van de belangrijkste omgevingprikkels zijn, is het van essentieel belang het contact hiermee te minimaliseren waar mogelijk.
1. Bodembedekking: alle bodembedekkingsoorten bevatten stofdeeltjes. Het aantal stofdeeltjes hiervan verschilt per bodembedekking. Zo bevatten bv. houtkrullen minder deeltjes dan stro. Beter is ook de stallen van de aangrenzende buurpaarden van een stofarme bodembedekking te voorzien.
2. Ruwvoer: uitgaande van een goede kwaliteit ruwvoer bevat kuil minder stofdeeltjes dan droog hooi. Een andere optie is hierin het hooi natmaken zodat het paard de stofdeeltjes niet inademt wanneer hiervan gegeten wordt. Uren weken van het hooi geeft verlies van belangrijke voedingsstoffen als vitaminen. Het is ook beter is ruwvoer van de grond te voeren en niet vanuit een ruif.
3. Liefst dag en nacht in weide als weer het toelaat, indien op stal verdient de voorkeur een buitenbox met een open bovendeur de voorkeur.
Belangrijk is tocht te vermijden.
4. In de buurt van de stal geen opslag van hooi en/of stro, te denken aan zolders etc.
5. Geen boxen opstrooien, niet vegen en/of blazen wanneer het paard in de stal staat.
6. Lichte beweging verdient de voorkeur boven boxrust, tenzij paard erg benauwd is. Het maakt het slijm in de longen los. Zolang er klachten aanwezig zijn is zware inspanning bv. galopperen af te raden aangezien forse inspanning de longblaasjes kan doen beschadigen.