Zandkoliek
Door Nicole Kerkhoff
De laatste tijd zien we weer veel paarden binnenkomen met koliek welke veroorzaakt wordt door een overmatige inname van zand. Dit is dan ook een periode waarin veel paarden buiten op een zanderige paddock staan, of op kaal gegraasde weilanden. Ook paarden die vanaf de grond worden bijgevoerd nemen vaak met kleine hoeveelheden uiteindelijk veel zand op. En natuurlijk zijn er ook paarden die moedwillig zand eten.
Symptomen
Regelmatige opname van kleine hoeveelheden fijn zand kan zich uiteindelijk opstapelen tot een zware
massa onderin de dikke darmen. Uitrekking van de darmwand door deze ophoping, of door gas dat niet weg kan door de verstopping, veroorzaakt sterke buikpijn: koliek dus.
Op het eerste zicht lijken de symptomen van zandkoliek sterk op een gewone verstopping. De koliek kan heel acuut optreden, waarbij paarden zich letterlijk op de grond laten vallen van de pijn, maar kan ook intermitterend zijn, wat betekent dat episodes van pijn zich afwisselen met episodes waarin de dieren rustig staan. Als het paard nog mest maakt, kan hier duidelijk zand in aanwezig zijn. Na verloop van tijd irriteert het aanwezige zand het slijmvlies van de dikke darm en kan er een ontsteking van de darm met daarbij ernstige diarree ontstaan. Het is van belang dat de symptomen tijdig onderkent worden, zodat er direct actie ondernomen kan worden, vooraleer er ernstige schade is opgetreden.
Diagnose
Uiteraard moet een paard dat koliek vertoont altijd eerst algemeen onderzocht worden. Kenmerkend zijn meestal een hoge hartslag, weinig buikgeluiden door weinig peristaltische darmen, en een paard dat duidelijk pijn heeft of zich ongemakkelijk voelt. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om tot een correcte diagnose te komen. Een algemeen bloedonderzoek vertelt ons veel over de vochtbalans van het dier en of er eventueel een ontsteking in het lichaam gaande is. Vervolgens komen we bij het rectaal onderzoek. De mest wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van zand, hetgeen soms uitwendig al zichtbaar is.
Door een aantal mestballen in een rectale handschoen met water te vullen, is heel eenvoudig te zien of er zand aanwezig is in de mest. Het zand heeft een hoger soortelijk gewicht dan de overige darminhoud, en zal dus uitzakken naar de bodem van de handschoen. Het is echter niet zo dat een paard, dat veel zand in zijn darmen heeft, altijd zand bij de mest heeft.
Bij het rectaal onderzoek is meestal een verstopping of een zware massa onderin de dikke darm te voelen. Systematisch worden de darmen en buikinhoud afgevoeld op bijvoorbeeld een afwijkende ligging van organen of een overvulling van de darm.
Wanneer er inderdaad duidelijk zand aanwezig is in de mest is het interessant om een röntgenfoto van de onderbuik te maken. Dit is enkel mogelijk bij veulens en kleinere, niet te dikke paarden. Bij grotere paarden is de buikwand te dik om de röntgenstraling goed door te laten. Doordat het zand minder röntgenstralen doorlaat dan de normale buikinhoud, is dit op de röntgenfoto te zien als een lichtere vlek onderin de buik aanwezig.
Behandeling
Bij het opstellen van een behandelplan wordt het onderscheid gemaakt tussen paarden die er zo ernstig aan toe zijn dat ze direct geopereerd moeten worden en paarden waarbij een conservatieve behandeling gestart wordt. In de meeste gevallen zal een conservatieve behandeling de eerste stap zijn.
Met behulp van laxativa en vloeistof moet de verstopping verweken en langzaam door de darm spoelen. Hiervoor is het soms nodig dat de patiënt een infuus met vloeistof via de bloedbaan toegediend krijgt.
Met een slang die via de neus tot in de maag gaat wordt er een aantal liter water in de maag gegoten. Soms wordt ervoor gekozen om daarnaast een hoeveelheid paraffine olie in de maag te gieten.
Medicamenteus krijgt de patiënt pijnstillers en darmontspanners, zogenaamde ‘spasmolytica’. Vaak geven we het paard een hoeveelheid ‘psyllium’.
Dit zijn plantaardige zaadjes die in de darm een gel vormen met vocht en op die manier de passage van zand en de darmmotiliteit bevorderen. In de beginfase worden deze zaadjes via de neusslokdarmsonde met het water gegeven. Het paard zal de eerste tijd namelijk niet mogen eten tot de darm weer wat op gang gekomen is.
Als het paard goed begint te mesten en er weer darmgeluiden te horen zijn beginnen we rustig met het voeren van een laag rantsoen hooi. Goed ruwvoer is heel belangrijk in het stimuleren van de motiliteit van de darm en zal ook een groot deel van het zand mee naar buiten voeren. Wanneer de patiënt dit goed oppakt kunnen we langzaam het rantsoen gaan opvoeren.
Er bestaan verschillende voedingssupplementen waarin psyllium aanwezig is. Hetzij in de vorm van brokjes, hetzij als vermalen zaadjes. Deze kunnen eenvoudig door het krachtvoer vermengd worden en in frequente kleine porties per dag gevoerd worden.
In sommige gevallen gaat de klinische toestand van de patiënt alleen maar achteruit en moeten we chirurgisch ingrijpen. Het paard moet dan onder algehele narcose geopereerd worden. De darm wordt buiten de buik gehaald en geopend om soms grote hoeveelheden zand (laatst hadden we een patiënt met wel 14kg zand!) er handmatig uit te spoelen. Deze ingreep wordt een ‘enterotomie’ genoemd. Wanneer er een grote hoeveelheid zand in de darm aanwezig is bestaat het risico dat de darm onder dit zware gewicht scheurt op het moment dat deze uit de buik gehaald wordt.
Over het algemeen heeft chirurgie bij paarden met zandkoliek een vrij gunstige prognose. Men moet echter altijd met mogelijke postoperatieve complicaties zoals diarree, verklevingen of ontsteking van het buikvlies rekening houden. Een operatie klinkt heel eenvoudig, maar het is een kostbare zaak met een zware impact op de gesteldheid van het paard. Dit mag zeker niet onderschat worden. 
Preventie
Eigenaren kunnen zeker zelf een bijdrage leveren in het voorkomen van problemen te wijten aan overmatige zand inname bij paarden. Een belangrijk onderdeel van preventie is het onderhoud van weilanden: regelmatig kunnen wisselen van grasland zodat een paardenmoe weiland de kans krijgt te herstellen en nieuw gras te laten groeien.
Het voeren van goed ruwvoer is van groot belang, het liefst niet gevoerd vanaf een zanderige bodem. Het belangrijkst is dat het voer over meerdere porties over de dag verdeelt wordt. Paarden die echt moedwillig zand eten kunnen bijvoorbeeld een kapje op hun neus dragen als ze buiten staan. Eigenaren kunnen ook thuis voedingssupplementen waarin psyllium zaden verwerkt zijn bijvoeren. Deze producten zijn bij diverse voederleveranciers beschikbaar. Het is nog niet aangetoond dat het daadwerkelijk zand mee naar buiten werkt, maar het kan zeker geen kwaad. Tenslotte is het belangrijk om je paarden goed in de gaten te houden, je kunt bijvoorbeeld eenvoudig zelf mest controleren op de aanwezigheid van zand.
Beter voorkomen dan genezen!