Laparoscopie


MODERNE BUIKCHIRURGIE; DE LAPAROSCOPIE

Kijkoperaties in de buik of ook de borstholte (thoracoscopie) van het paard hebben gedurende de laatste decennia een duidelijke rol gekregen in de paardenchirurgie. Het is niet zoals bij de gewrichtschirurgie dat de kijkoperaties de open buikoperaties grotendeels vervangen hebben. Voor laparoscopische ingrepen zijn een aantal goede indicaties met duidelijke voordelen zoals minder wondcomplicaties, snellere revalidatie, nauwkeurige techniek en betere bereikbaarheid van bepaalde organen. Het is een belangrijke speerpunt voor Dierenkliniek Emmeloord waar deze techniek op het hoogste niveau sinds de opkomst van de techniek toegepast wordt. Voor buikoperaties zoals bij de meeste koliekoperaties en bijvoorbeeld keizersnedes blijft het noodzakelijk en beter om via een grotere buiksnede te werken. Er zijn sinds het begin van de negentiger jaren veel van dergelijke ingrepen op onze kliniek uitgevoerd waarbij veel ervaring en expertise opgebouwd is. De laparoscopie of buikkijkoperatie kan zowel bij het staande als het liggende paard uitgevoerd worden afhankelijk van hetgeen dat gedaan moet worden. Hieronder volgen een aantal indicaties waarvoor deze techniek gebruikt wordt.

Klophengst (cryptorch)
Bij een klophengst is één of beide testikels niet ingedaald. In principe moet een klophengst gecastreerd worden. Met name de testikels die in de buik zitten lenen zich goed voor een laparoscopische benadering. Voordelen hierbij zijn de kleine wondjes en het goede overzicht. Als beide testes in de buik zitten of als het paard al eenzijdig gecastreerd is kan de operatie het best bij het staande paard uitgevoerd worden. Indien er eenzijdig een ingedaalde testis aanwezig is, en aan de andere zijde een testis in de buik kan de operatie het best onder narcose uitgevoerd worden zodat de ingedaalde testis over de lies gecastreerd kan worden en de testis in de buik via een laparoscopie. Het komt ook voor dat een paard gecastreerd zou zijn, geen testikels zichtbaar zijn maar dat het paard wel (ongewenst)hengstengedrag laat zien. Het is dan aangewezen om bloedonderzoek te doen of het werkelijk om een hengst gaat en dus nog een testis aanwezig is (meestal in de buik). Hierbij is dan niet bekend of het links of rechts dat we moeten zoeken. Dat zijn ook de goede indicaties voor een laparoscopie waarbij in plaats van blind te zoeken in de buik gekeken kan worden bij het staande paard om alsnog de testis in de buik op te sporen en te verwijderen.

Verwijderen eierstok (ovariectomie)
Hiervoor zijn 2 belangrijke indicaties, namelijk een tumor van de eierstok of ongewenst hengstigheidsgedrag. In geval van een tumor is het belangrijk dat de tumor niet te groot is. Dan wordt er alsnog een open operatie uitgevoerd. Gelukkig zijn de meeste tumoren van de eierstok bij het paard meestal goedaardig (granulosaceltumor). Wel sturen we altijd weefsel op voor weefselonderzoek na de operatie. Er zijn duidelijke voordelen van een laparoscopische benadering zoals kleinere operatiewonden, opereren bij het staande paard dus geen algehele narcose nodig, beter overzicht bij de operatie, snellere revalidatie en beter esthetisch resultaat. Bij ongewenst hengstigheidsgedrag moet duidelijk aangetoond worden dat er een relatie is tussen het gedrag en de cyclus. In bepaalde gevallen wordt besloten beide eierstokken te verwijderen. Laparoscopische benadering bij het staande paard is hierbij de aangewezen methode. Hierbij zijn gelijke voordelen als bij ovariumtumoren. Het feit dat het om eierstokken van normale afmetingen gaat heeft als voordeel dat de operatiewonden klein zijn.

Terugkerende koliekklachten
Een kijkoperatie in geval van terugkerende koliekklachten kan zeer nuttig zijn. In sommige gevallen worden afwijkingen gevoeld bij het rectale onderzoek of in beeld gebracht bij echografisch onderzoek. In andere gevallen wordt alleen op basis van regelmatig terugkerende klachten besloten in de buik te kijken. Zo kunnen bijvoorbeeld verklevingen in beeld gebracht en verwijderd worden.  

Miltnierband (entrapment) 
Bij het paard komt met enige regelmaat een liggingsverandering voor waarbij de dikke darm over een band tussen de linker nier en de milt komt te liggen. Als dit vaker voorkomt of als er anatomische risico's hiervoor zijn wordt met een laparoscopische ingreep de ruimte tussen de miltnierband en de milt gesloten. Alleen met behulp van deze techniek kunnen deze structuren goed benaderd worden. Deze ingreep gebeurt ook bij het staande paard.  

Liesbreuk
De inwendige liesopening is goed te benaderen met een kijkoperatie zowel aan het staande paard als bij het paard onder algehele narcose in rugligging. Er zijn een aantal goede technieken ontwikkeld om de liesopening laparoscopisch te verkleinen. Niet in alle gevallen van liesbreuk hoeft ingegrepen te worden en niet in alle gevallen zal voor een laparoscopische techniek worden gekozen. Afhankelijk van het probleem en de leeftijd van het paard zal een voor het paard zo optimaal mogelijke keuze gemaakt worden.

Blaasstenen
Blaasstenen komen soms voor bij het paard en kunnen op verschillende plaatsen in de urinewegen voor problemen zorgen. Ook hier zijn een heel aantal verschillende technieken en benaderingen mogelijk waarbij een voor dat paard met een bepaald probleem een zo gunstig mogelijke benadering gekozen wordt. De blaas is goed met een laparoscopie te benaderen bij het paard in rugligging voor het verwijderen van de stenen. Hierbij gelden ook de voordelen van goed in beeld kunnen brengen en benaderen, kleine operatiewonden met minder wondcomplicaties en een snellere revalidatie.

Weefselonderzoek (biopten)
Het kan in bepaalde gevallen aangewezen zijn weefselonderzoek te doen van bijvoorbeeld lever, nier, darmen, of bijvoorbeeld verdenkingen van tumoren. Daarbij is het laparoscopisch in beeld brengen en direct een biopt te nemen voor weefselonderzoek een zeer goede techniek die vaak bij het staande paard toepasbaar is.  

Borstholte (thoracoscopie)
In enkele gevallen kan het nuttig zijn in de borstholte te kijken. Bijvoorbeeld in gevallen van wonden of vreemde voorwerpen tot in de borstholte. Ook in bepaalde gevallen van borstvliesontsteking waarbij verklevingen aanwezig zijn of als er gekeken moet worden op basis van voorgaand bijvoorbeeld echo of röntgenonderzoek.