MRI van de voorknie
Na nauwkeurige klinische lokalisatie van het probleem.
Nieuwsbrief januari 2008
Drs. Natascha de Heer,
Veterinaire Radiologie, Dierenkliniek Emmeloord.
De staande MRI heeft een aantal grote voordelen. Het paard hoeft slechts gesedeerd te worden en behoeft dus niet onder algehele narcose gebracht te worden. Door de ” plakjestechniek” kan er 3-dimensionaal informatie verkregen worden. MRI geeft een goed detail en contrast in de weke delen en geeft ook informatie over de benige structuren.
Het paard moet echter wel stilstaan in de magneet. Hiervoor wordt het paard gesedeerd en zolang het paard niet een stap zet, zal de ondervoet op dezelfde plaats blijven. Echter, een gesedeerd paard zal hoger op het been altijd een geringe wiebelende beweging maken ook al staat het nagenoeg stil. Een voorknie zal dus nooit geheel stil in de magneet blijven. Hiervoor is een bewegingscorrectie ontwikkeld in de software van de MRI die compenseert voor de beweging van het paard.
Om een dergelijke structuur als een voorknie te scannen moet de magneet hoog om het been heen geplaatst worden. Hiervoor is ondanks de sedatie toch enige medewerking en acceptatie van het paard nodig. Het paard mag niet te klein zijn omdat anders de magneet niet om de voorknie past.. Het te onderzoeken gebied per sessie is van beperkte omvang en het is dan ook nodig om voorafgaand aan het MRI onderzoek een nauwkeurige lokalisatie van het probleem te hebben.
Na een goede positionering van het paard in de MRI kunnen er T1, T2*, T2 en STIR opnamen gemaakt worden in elke wenselijke richting. Dit onderzoek kan van grote waarde zijn als röntgenologisch en/of echografisch onderzoek onvoldoende informatie verschaffen en kan bepalend zijn voor therapie en prognose.
Hieronder volgen enkele voorbeelden

Dwarsdoorsnede door de onderste rij carpaalbeentjes. Aan de voorkant van het
middelste carpaalbeentje (Os Carpale 3) bevindt zich een los fragment. Vooral
bij sportpaarden die op hoge snelheid lopen komt deze “slap-fractuur” vaak voor.

Dwarsdoorsnede door bovenste deel van pijp en griffelbeentjes. In de voorbuitenkant van de pijp
en het binnenste griffelbeen bevindt zich botverzwaring dat zichtbaar is als extra zwarting
(sclerosering) van de botstructuur. Dit is kenmerkend voor een probleem met het ligament
(interosseous ligament) tussen deze structuren.

Lengte doorsnede door de voorknie en onderste deel opperarmbeen (radius). In de radius bevindt
zich een botcyste (lichtgrijze “rondje”) met daaromheen botverzwaring.